zorgvolmacht als LOKroep

19 december 2020    

Toen de verantwoordelijke van onze Lokale Kwaliteitsgroep (LOK-RIZIV) liet weten dat voorlopig “alle geplande activiteiten geannuleerd worden tot wanneer de covidwolk is voorbij gewaaid”, ontstond er enige ongerustheid in de groep. Het behalen van de nodige accrediteringspunten was voor sommige collega’s wiens accrediteringsperiode ten einde liep, een heikel punt.
Dat we het ganse najaar elkaar niet zouden zien, was nog pijnlijker! Een Zoom-LOK-alternatief kon geen bijval oogsten. Er werd gezocht naar een grotere ruimte waar vrijere fysieke afstand van elkaar en betere ventilatie mogelijk waren. Het klinkt misschien wat cynisch maar we vonden plaats in ongebruikte livingruimte van een woonzorgcentrum, met aparte ingang.
We zijn er allemaal, alle 24, die namiddag 3 december. Volgens de kleurcodes die de Universiteit Gent en ICHO hanteren op basis van de pandemiematrix van de Vlaamse universiteiten, kan je zowel in code geel als oranje met zo een groep samenkomen. Met mondneusmasker en bezettingsgraad 1 op 2.
Vandaag is het echter code rood! Afstandsonderwijs verplicht tenzij de samenkomst essentieel is, zoals bij labo-oefeningen en practica waar het altijd kan met de nodige algemene veiligheidsvoorschriften. Seminaries voor haio’s voldoen niet aan die essentiële criteria, mentorgroepen aan de UGent sinds 30 november wel omwille van “de grote meerwaarde op het vlak van mentaal en psychisch welzijn van studenten in alle jaren, maar nog meer in 1e bachelor”.
Ik begeleid zowel een seminarie- als een mentorgroep. Het eerste seminarie hebben we niet online laten doorgaan. We vonden samen als groep dat we bij het begin van een nieuw jaar elkaar toch eens moesten ‘gezien hebben’, weliswaar met mondneusmasker met bezettingsgraad 1 op 2.
Zo geschiedde nu ook in onze LOK. De accrediteringsstuurgroep legt geen kleurcodes op maar houdt er wel rekening mee. Uitgerekend diezelfde 3 december was er een RIZIV-schrijven dat we een deel Credit Points automatisch ontvangen, d.w.z. “zonder dat u aan officiële navorming deelneemt, als erkenning voor de (navormings)inspanningen in deze bijzondere periode”.
Het is soms een moeilijke spreidstand tussen wat wettelijk/reglementair kleurveranderend vastligt, en de reële noodzaak van samenwerken. Het is ook het thema dat in onze LOK die namiddag in kwestie aan bod komt: ‘De kloof overbrugd: juridische aspecten van dementie’. Een neuroloog en een advocaat komen met ons van gedachten wisselen over de zorgvolmacht. Wat is wettelijk, wat zorgethisch en wat als de twee niet samenvallen of elkaars taal niet begrijpen?
De Wet van 17 maart 2013 ‘tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid’ maakt het mogelijk de aanstelling van een bewindvoerder te vermijden door zelf een zorgvolmacht te geven aan een persoon die je verkiest en die dit ook wil aannemen. Heerlijk heldere overheidstaal. Het kadert in de buitengerechtelijke bescherming van personen.
Naast de rechterlijke bescherming, waarbij door de vrederechter een bewindvoerder wordt aangesteld, bestaat nu ook de mogelijkheid ‘om zelf een regeling uit te werken voor het geval men later wegens zijn gezondheidstoestand niet meer in staat zou zijn om zijn belangen zelf behoorlijk waar te nemen’.
Onze bevoegdheid als arts roept men soms in om een attest van wilsbekwaamheid te schrijven. Wilsbekwaamheid is een wettelijk afkappunt, zorgethisch een fluïde overgang, zoals de neuroloog het uitdrukt. (Tot) wanneer is men in staat om onafhankelijk een geïnformeerde beslissing te nemen in zijn eigen belang? Deze wet werd nog belangrijker sinds 1 maart 2019 met een uitbreiding naar bevoegdheid over de persoon en zijn patiëntenrechten.

Met een verplicht te registreren zorgvolmacht in het centraal Register van Lastgevingsovereenkomsten, kan de patiënt, de ‘zorgvolmachtgever’, zijn wil laten uitvoeren door zijn ‘zorgvolmachthebber’. Keuze van verblijfplaats (en dus woonzorgcentrum) maar ook welke behandelingen je wel of niet meer wil, kunnen beschreven worden. “Ik zou zo een zorgvolmacht aan ieder van jullie aanraden”, zegt de neuroloog, “maar vergeet niet dat als je al een wettelijk vertegenwoordiger inzake patiëntenrechten hebt aangeduid, deze moet opgeheven worden want die overruled de zorgvolmachthebber. Ik had zelf ‘die fout’ gemaakt”.
We zijn allen immens geboeid door de uiteenzetting en de discussie. Er is tijd te weinig om alle aspecten te behandelen en vragen te beantwoorden. De advocaat wil zich niet meer wagen aan het concept van vertrouwenspersoon in de verschillende wetgevingen en de betekenis van de negatieve wilsverklaring. En hoe we de zorgvolgmacht kunnen integreren in ons elektronisch dossier?
We maken een nieuwe afspraak voor een volgende LOK, zonder mondneusmasker, lekker gezellig in code groen, om nog meer van elkaar te leren ten voordele van onze patiënten en hun zorgvolmachthebbers. Of ik tegen die tijd zelf een zorgvolmacht zal hebben laten registreren, betwijfel ik, maar ik maak zeker een kladversie om ze te kunnen bediscussiëren in de LOK.
Met dank aan dr. Anna Vakaet en meester Erik Langerock.
dit bericht verscheen als column in Artsenkrant
https://www.artsenkrant.com/actueel/de-zorgvolmacht-als-lokroep/article-column-51529.html

  /  

0 REACTIES

LAAT HIER EEN REACTIE NA
You filled this out wrong.
You filled this out wrong.
You filled this out wrong.
You filled this out wrong.